Hof van Gelre in Arnhem (provinciehuis in de achttiende eeuw). Foto: Gelders Archief

Hof van Gelre in Arnhem (provinciehuis in de achttiende eeuw). Foto: Gelders Archief

EPE - Het is een korte tekst die de regering van Gelderland afkondigt in 1713. Een ‘placaet tot weringe van besmettelycke Sieckte onder Menschen’. Daarom wordt het streng verboden om met ‘lompen, vodden, haire- of wolle-deeckens, schaeps-huiden, oude klederen en beddegoed’ Gelderland binnen te reizen. Wie toch deze goederen probeert te importeren ‘sal met de doodt worden gestraft’.

Wat is hier aan de hand? Welke besmettelijke ziekte (‘een droevig en verslindert quaed’) bedreigt Gelderland waardoor het provinciebestuur zelfs de doodstraf oplegt. Peter Nieuwenhuis van de historische vereniging in Borculo ontdekte de tekst uit 1713. “Het is interessant, omdat we lezen dat ook onze voorouders met besmettelijke ziektes te maken hadden. Ook toen nam de overheid maatregelen en die werden nog strenger gehandhaafd dan nu.”

[image:7534806]

Dreiging uit Duitsland

Nieuwenhuis weet niet welke besmettelijke ziekte het Gelderse provinciebestuur de stuipen op het lijf joeg. We leggen de tekst voor aan Gerrit Kouwenhoven, gemeentearchivaris van Epe, Heerde en Hattem. Hij is goed thuis in de achttiende eeuw. Gerrit leest de tekst die in Oudnederlands is geschreven nog eens goed door. “Het is opvallend dat de ziekte niet bij naam genoemd wordt en dat er gedreigd wordt met de doodstraf. Dan moet de angst groot zijn geweest. Je denkt daarbij meteen aan de pest, maar grote pestgolven zijn na de zeventiende eeuw uitgewoed in Nederland.”

Laten we de tekst eens goed bekijken op zoek naar aanwijzingen. Het plakkaat uit 1713 is geschreven in naam van de ‘Heeren Staten des Furstendoms Gelre, en Graeffschaps Zutphen. Dat was tot en met de achttiende eeuw de officiële naam van Gelderland. Daarna volgt een opvallende passage. ‘…dat de voorschreve besmettelyckheid sich wederom van nieuws begint te verheffen , ende de grensen van den Staet in 't gemeen , en van dese Provintie in 't besonder te naederen’.

Gerrit vindt deze passage opvallend. “Hier staat dat Gelderland meer bedreigd werd door de ziekte dan andere delen van Nederland. Dat zou kunnen betekenen dat de dreiging uit Duitsland komt.”

Angst voor het p-woord

Gerrit Kouwenhoven gaat het internet op en googlet “ansteckende Krankheit 1713”. Dan stuit hij op een zeer plausibel antwoord op de vraag welke ziekte Gelderland bedreigde. In het noorden van Duitsland woedde precies in 1713 nog de laatste pestepidemie van West-Europa. De pest heeft Europa vanaf 1350 bijna vierhonderd jaar geteisterd en miljoenen slachtoffers geëist. “Het Gelderse provinciebestuur was misschien zo bang voor het p-woord dat ze het niet eens in het plakkaat durfden te noemen. Dat verklaart ook de zware straffen”, redeneert Gerrit.

[image:7534807]

Gelderland verboden voor Joden

Reizigers mochten zonder lompen, vodden en beddengoed gewoon het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen binnen reizen, maar voor één groep maakte het Gelderse provinciebestuur een uitzondering: Joden. ‘…daer en boven gene Joden , het sy met of sonder packen , van buiten in desen Furſtendom en Graefſchap sullen mogen komen…ende nae bevind van saecken mede met den doodt sullen worden gestraft.’

Dat wil zeggen dat het Joden met of zonder bagage verboden is naar Gelderland af te reizen. Doen zij dat toch, dan volgt de doodstraf. Het is een schokkend stukje Europese geschiedenis in een korte Gelderse tekst.

Deel dit artikel